Interview met Noa Schreuder


Introductie

Noa Schreuder, 13 jaar, is jeugdlid van onze vereniging en sinds haar 7e speelt zij al volleybal. Zij is bij de mini's begonnen. Noa is de dochter van Fabian Schreuder, die binnen onze vereniging een allround volleyballer is en daarnaast trainer. Haar moeder is Mariska Rijkhoff, die vroeger gehandbald heeft. Noa heeft een broer: Luca, die zit bij de voetbal. De hobby's van Noa zijn naast volleybal; piano spelen en op Netflix series kijken. Noa gaat naar school op het O.S.G. en wil later graag iets met zeehonden doen. De gymlessen, die zij volgt, houden in dat er - naast gymnastiek en dansen - in het eerste jaar extra aandacht is voor korfbal, het tweede jaar basketbal en het derde jaar volleybal.
Op de vraag hoe Noa met volleybal in aanraking kwam, is het antwoord natuurlijk niet moeilijk te raden. Door mijn vader !!!! Mijn moeder wilde graag dat ik ging handballen, maar dat vind ik een domme sport.

Interview/vraaggesprek

Noa begon onder leiding van Clemens Gleijsteen bij de mini's te spelen op niveau 1. Op dit niveau vang je de bal in je eigen veld en die gooi je dan weer over het net naar de tegenstander. Als de bal op de grond valt, uit gegooid wordt of in het net gaat, gaat de speler die het dichtst bij de bal stond, uit het veld. Na elke keer gooien moet je snel een plaats doordraaien in je eigen veld, totdat de laatste speler is weggespeeld en dan heb je één ronde gewonnen. Maar door één keer de bal te vangen, zonder dat deze aan jouw kant op de grond valt, mag er weer één speler terug in het veld. Hier leert de jeugd de grondbeginselen van volleybal, balvaardigheid en bewegen, op een kleiner veld dan het echte volleybalveld.

Daarna ging Noa naar niveau 2. Het verschil met niveau 1 is, dat je hier leert om onderhands te serveren en één speler keert pas terug in het spel als men drie keer achter elkaar in eigen veld de bal heeft gevangen. Het serveren mag vanaf elke plaats in het veld. Van niveau 2 stroomde zij door naar niveau 3. Hier wordt het spel nog meer uitgebreid, door onderhands te spelen. Elke bal die over het net komt moet met de onderhandse techniek aan je eigen kant van het net omhoog gespeeld worden. Een teamgenoot vangt de onderhandse bal op en gooit de bal over het net naar de tegenstander. De eerste bal mag niet gelijk terug gespeeld worden. Als er nog één speler in het veld staat moet deze de eerste bal omhoog spelen en zelf opvangen. Daarna ging Noa verder naar niveau 4: Hier wordt het in drie keer spelen verplicht en worden de beginselen van een set-up aangeleerd. Het doordraaien na ieder gespeelde bal gebeurt op dit niveau niet meer. Na drie opslagbeurten door de zelfde speler draait het team één plaats door. Op dit niveau levert elke fout een punt op. Er gaan geen spelers meer uit het veld.

Op dit moment speelt zij bij de B-jeugd. In haar team zit één jongen. Haar trainer is nu haar vader Fabian. In een team spelen vindt Noa erg leuk om te doen. Je leert om te moeten samenwerken als je resultaat wilt behalen. Hard meppen is kicken en ik ben blij als we een punt binnen halen. Af en toe op een toernooitje heb ik wel eens een partijtje volleybal gefloten. De spelregels leer je tijdens het spelen en die zijn duidelijk.

Vorig jaar heb ik in De Westfrieslandhal de interland tussen de herenteams van Nederland en Tsjechië gezien. Dat was echt supergaaf. Nederland won met 3-2 en iedereen in de zaal moedigde het Nederlands team aan. De sfeer was super.

Zelf wil Noa nog veel leren qua volleybal. Ik probeer harder te smashen en het onderhands opvangen kan nog veel beter. Ook het bovenhands spelen wil ik veel nauwkeuriger leren. Na een wedstrijd wordt dit altijd met elkaar geëvalueerd. Wat ging goed en wat kan beter. Daar leren we wel van en de volgende keer proberen we het dan in praktijk te brengen, maar dat lukt niet altijd. We hebben een gezellig team en het belangrijkste vinden we toch het plezier in het spelletje te behouden. En bij elke wedstrijd zitten haar groots(t)e fans aan de kant: haar vader en moeder natuurlijk.



Piet van Zoonen